Broedvogelinventarisatie Wormer- en Jisperveld 2007

door Nico Vens

In 2007 is in het Wormer- en Jisperveld de derde gebiedsdekkende inventarisatie en vergelijking in het kader van het monitoringsplan van "Vereniging Natuurmonumenten" uitgevoerd. Volgens dit plan moeten regelmatig, door middel van inventarisatie en interpretatie, de ontwikkeling van een groot aantal natuurwaarden worden bepaald. Voor broedvogels is besloten voor een frequentie van eenmaal per drie jaar.
De gegevens uit deze inventarisaties worden gebruikt om na te gaan of er veranderingen in aantallen en diversiteit optreden en de gestelde natuurdoelen worden gehaald. Met behulp van de resultaten kan het beheerteam van de Vereniging Natuurmonumenten toetsen wat de effecten van het beheer zijn en welke corrigerende maatregelen eventueel uitgevoerd moeten worden. Ook dienen de gegevens als verantwoording of argumentatie naar de subsidie-instanties zoals Programma Beheer.

De resultaten zijn verwerkt in het verslag Broedvogels in het Wormer- en Jisperveld 2007. De conclusies uit dit verslag volgen hieronder. Het volledige verslag is onderaan de pagina te downloaden.

Conclusies

Weide vogels

De weidevogels zijn in aantal sterk afgenomen t.o.v. 2004. Het verschilt plaatselijk.Johan Garenstroom meldt dat in zijn gebied de kievit 20 % is toegenomen terwijl deze soort gemiddeld over het gebied met 20% is afgenomen. Ook is in dat gebied de grutto minder afgenomen dan gemiddeld over het gehele gebied.De Schaalsmeer verliest snel van betekenis. Het aantal paren grutto is daar in drie jaar tijd ongeveer gehalveerd. In 2006 gaf de provincie het gebied tussen het beheerpad en de Noorderganssloot als groeikern voor grutto’s aan. In 2007 is deze kern weer opgelost.De weidevogels ten westen van de koksloot lijken naar het oosten te verschuiven.Ten westen van de koksloot nemen ze af ten oosten nemen ze toe in vergelijking met 2006.

Grutto

Tussen 1980 en 2001 was het aantal broedparen grutto’s min of meer constantVan 2001 tot 2004 is de daling ingezet met ca 1 % per jaar. In de periode daarop, van 2004 tot 2006 loopt de daling op naar bijna 5 % echter het laatste jaar is er een achteruitgang van meer dan 22% gemeten.

Kievit

Voor de kievit geld dezelfde trend als voor de grutto, de achteruitgang gaat echter een paar procent langzamer achter uit , maar de lijnen lopen min of meer parallel.

Scholekster

Tot 2004 loopt ook de lijn van de scholekster parallel met grutto en kievit maar daarna gaat de daling procentueel sneller (13 %). Het laatste jaar wordt de daling overtroffen door de grutto ( 8% voor scholekster en meer dan 22% voor grutto).

Tureluur

Het aantal broedparen tureluur nam tot 2004 steeds nog toe, maar is daarna ook afgenomen. De dip van 2006 , bijna 15% daling, kan veroorzaakt zijn door een ondertelling door het gering aantal bezoeken in 2006. Maar de dalende trend is duidelijk ingezet. De gemiddelde daling over 2004 tot 2007 is ruim 10 % per jaar.

Watersnip

De Watersnip vertoont een vooruitgang van 1 naar 2 paar. Dit geeft weer hoop.

Kemphaan

Ook in deze inventarisatie is de kemphaan niet meer als broedvogel aangetroffen.

Graspieper

Van deze soort hebben we een grillige reeks (zie tabel) maar toch lijkt de trend ook dalende.

Veldleeuwerik

Zoals ook landelijk gaat het heel slecht met de veldleeuwerik. Hoewel we al in de daling zitten sinds 1992 zijn we t.o.v. 2004 weer drastisch gedaald van 86 naar 56 paar.

Watervogels

Een groot aantal watervogels zijn groeiend, waarbij vooral de ganzen het snelst groeien.De groep van watervogels die een groeiende trend vertonen is de index t.o.v. 1980 = 100 nu bijna 3600. Van de ganzen nemen de brandgans en de grauwe gans het snelste toe.

Brandgans

De brandgans is heel snel toegenomen van 2001 tot 2004, met gemiddeld 37% per jaar tot 338 paar en tussen 2004 en 2007 gemiddeld 14 % per jaar tot 481 paar. De stijging vlakt dus enigszins af , maar het einde is nog niet in zicht. De Brandgans is verspreid over een gebied van ca. 300 ha. gemiddeld dus een dichtheid van 1,6 per ha. Stel dat de verspreiding zich uiteindelijk uitbreidt tot ca. 1000 ha. dan kan het aantal uitkomen op 1600 paar.

Grauwe gans

De grauwe gans hoort ook bij de snelle “groeiers” tussen 2000 en 2004 van nul naar 123 en tussen 2004 en 2007 naar 239 paar.De grauwe gans lijkt meer aan rietland gebonden dan de brandgans die een voorkeur voor grasland heeft.

Soepgans en nijlgans

Lijken te stabiliseren.

Fuut

Na een kleine afvlakking in 2004 neemt de fuut nog steeds toe.

Wintertaling

Is bijna als broedvogel verdwenen. Er broeden nog maar enkele paren.

Meeuwen en sterns

De Zwarte stern

Is afgenomen naar 2 paar op de vlotjes gebroed, binnen het ten behoeve van de zwarte stern verbeterde gebied.

Visdief

De Visdief leek zich in 2004 te herstellen van 39 broedparen in 2001 naar 58 meer is weer gedaald naar 41 paar.

Kokmeeuw

Weer is het aantal paren kokmeeuwen gedaald in 2004 was in vergelijking met 2001het aantal ongeveer gehalveerd; 1414 broedparen in 2001 en in 2004 tussen de 612 en 802 paar.Nu hebben we het aantal van 559 paar geteld.

Kleine Mantelmeeuw

Deze soort neemt nog steeds sterk in aantal toe.12 in 2001, 56 in 2004 (factor 4,6) en 476 in 2007 (factor 8,5). De groei blijft nog binnen de kolonie maar het oppervlak van de kolonie breidt zich wel uit.

Zilvermeeuw

Is al enige tijd broedvogel maar breidt zich nog niet uit

Vogels van rietterreinen

Het Kleinst Waterhoen en de Woudaap zijn niet meer waargenomen.

Waterral

Deze soort is toegenomen.Ondanks dat we deze ronde geen dekkende nachtelijk simultaantelling hebben gehouden, zijn toch 5 territoria vastgesteld tegen 4 in 2004 en 3 in 2001.

Roerdomp

Hoewel de roerdomp minder intensief is geďnventariseerd dan in 2003 lijkt het aantal af te nemen van 15 naar 12.

Snor

Lijkt iets toe te nemen naar totaal 5 paar.

Bosrietzanger

Is toegenomen naar 12 paar.

Rietzanger

De rietzanger is t.o.v. 2004 in aantal sterk gedaald van 558 naar 408 paar. Dit is onder de Natura 2000 doelstelling van 480.

Kleine karekiet

Waarschijnlijk is deze soort onderteld omdat veel tellers iets te vroeg stoppen met tellen.De datum grenzen zijn 15 mei tot 10 juli.

Bos en struweelvogels

Het aantal broedparen en soorten neemt niet meer toe en er is zelfs een lichte afname.Alleen fitis neemt nog toe.

Roofvogels en Uilen

Hoewel de meeste uilen in de bebouwing broeden is het zeker interessant de ontwikkeling te volgen.
Het volgende heeft Marcel Boer hierover gemeld: "Het gaat goed met de kerkuilen rond het W&J Veld. Tot 2003 was van de 15 kasten (de meeste hangen al 15 jaar) er slechts 1 bezet in Jisp . 2007 waren 7 kasten met KU bezet met 3 tweede broedsels. In totaal zijn 44 jongen geringd. Inmiddels is ook de kast bij J. v/d G bezet en krijg ik ook voor het eerst meldingen uit de Wijde Wormer, dat daar kasten bezet zijn. Dat belooft wat voor 2008!Met de Steenuilen gaat het minder goed. De kasten aan de Kanaaldijk, die al jaren bezet zijn, zijn beide mislukt in 2007. Verder zijn er in 2007 steenuilen in de stal van Blokland waargenomen. Niet in een kast. Dus of ze gebroed hebben is niet vastgesteld.Met Ransuilen gaat het nog slechter. Noch uit Oost Knollendam noch uit Jisp heb ik voor 2007 meldingen ontvangen.Elk jaar krijg ik in het najaar wel een melding van een Velduil, die meestal in nov. hier 1-3 wk langs de Koksloot verblijft."

Bruine Kiekendief

Neemt iets af en is terug op het niveau van het jaar 2000 op 18 paar

Havik

Het aantal broedparen is van 4 naar 3 paar gedaald.

Sperwer

Johan Gaarenstroom heeft in zijn telgebied een waarschijnlijk broedgeval Verder zijn geen broedparen sperwer vastgesteld maar kan onderteld zijn.

Buizerd

Het aantal broedparen buizerd is zelfs nog iets toegenomen van 6 naar 7

Torenvalk

Waarschijnlijk iets onderteld.Deze soort broed vaak op de grens van bebouwing en buitengebied.Hierdoor is er af en toe twijfel of de broedplaats tot het telgebied gerekend moet worden.

Boomvalk

De boomvalk heeft dit jaar niet binnen het telgebied vastgesteld.Waarschijnlijk heeft er wel een paar in het dorp gebroed en een paar in de Beemster fort ( Fort aan de Jisperweg)

Predatoren

Het aantal predatoren neemt sterk toe.Dit wordt veroorzaakt door de enorme toename van het aantal paren kleine mantelmeeuw.

Resultaten t.o.v. de instandhoudingsdoelen Natura 2000

Uit de bovenstaande vergelijking blijkt dat voor de kemphaan herstel naar de gewenste aantallen niet is bereikt. Deze soort is al twee jaar als broedvogel geheel verdwenen. Ook het aantal doortrekkers lijkt af te nemen. De trend van de roerdomp laat zien dat we over de top zijn en het minimum aantal broedparen naderen. Het aantal paren rietzanger is onder het minimum aantal gedaald.

Diversiteit

Het aantal soorten broedvogels neemt af van 84 soorten in 2004 naar 80 in 2007De al enige jaren aanwezige soorten zoals Grote Zilverreiger en Aalscholver komen nog steeds niet tot broeden.