Broedvogelverslag oeverzwaluwwand Twiske 2011

Stijgende lijn van de broedparen in Het Twiske voortgezet in 2011

door Ed Staats, Werkgroep Oeverzwaluwen.

OeverzwaluwenDe stijgende lijn van het aantal broedparen die in onze oeverzwaluwwand in Het Twiske tot broeden komen, is in 2011 voortgezet. Dat hebben de wekelijkse tellingen van onze werkgroep dit jaar uitgewezen. De opgaande lijn is al vanaf het (zeer matige) jaar 2008 aan de orde zowel bij de eerste als bij de tweede broedsels. We zitten echter nog lang niet op het topniveau uit de jaren 2000 en 2001.

Tellingen 2011

In 2011 zijn er in totaal zestien tellingen bij de wand gehouden. Juist vanwege de late start van het broeden (hoewel de aankomst van de eerste oeverzwaluwen bij de wand op 27 maart op een normaal gemiddeld tijdstip lag), is de eerste geplande telling in week 17 op 27 april afgelast. De zwaluwen bleken nog lang niet van plan te gaan broeden. Vanwege het 'opschuiven' van het broedseizoen hebben we in augustus nog twee extra tellingen ingelast. Het weer tijdens de tellingen bleek erg afwisselend te zijn met niet al te hoge temperaturen. Hieronder volgt het telschema.

Week Datum Naam teller(s) Bijzonderheid Weer
184-meiHenk Harrewijnehalf bewolkt, geen regen, temp. 12 gr.
1912-meiEd Staatshalf bewolkt, geen regen, temp. 14 gr.
2018-meiRob Koemanonbewolkt, temp. 16 gr.
2125-meiDick Prinsonbewolkt, temp. 19 gr.
2231-meiEmmy de Vries
Jan Belier
bewolkt, geen regen, temp 15 gr.
238-junTon Kruijverhalf bewolkt, geen regen, temp. 17 gr.
2415-junEd Staatsbewolkt, 15 min.regen, temp. 20 gr.
2524-junEd Staatsvervanger van
Tom Swart
bewolkt, af en toe lichte regen, temp. 14 gr.
2629-junHenk Harrewijnehalf bewolkt, geen regen, temp. 20gr.
277-julTom Swartvervanger van
Rob Koeman
onbewolkt, temp. 23 gr.
2812-julDick Prinshalf bewolkt, geen regen, temp. 22 gr.
2921-julEmmy de Vries
Jan Belier
bewolkt, geen regen, temp. 18 gr.
3027-julTon Kruijverhalf bewolkt, geen regen, temp. 20 gr.
313 aug.Arie Klut
Ed Staats
bewolkt, af en toe lichte regen, temp. 22 gr.
3210 aug.Rob Koemanextra ingelastonbewolkt, temp. 18 gr.
3318 aug.Tom Swart
Ed Staats
extra ingelastbewolkt, geen regen, temp. 18 gr

Aantallen broedparen

Aan de hand van de ingeleverde telformulieren door onze tellers konden zowel de eerste als tweede broedsels zeer goed worden vastgesteld. Ook het verloop van het broedseizoen is door de wekelijkse tellingen en rapportage prima te volgen. Daarover later in dit artikel nog iets meer.

Uiteindelijk kwamen we op 50 eerste broedsels en 29 tweede broedsels.

Dit was een stijging van twee eerste en negen tweede broedsels ten opzichte van 2010. Bij 90 aanwezige gaten betekent dit een bezettingsgraad van 55,5% aan eerste broedsels. Bij een legselgrootte van het eerste broedsel van 4 tot 6 eieren en een tweede broedsel van 1 tot 3 eieren komen we op tussen de 240 en 260 jonge vogels uit. En dat is een mooi resultaat. We geven hieronder de jaarlijkse resultaten van broedende oeverzwaluwen in de Zaanstreek op een rij vanaf 1994.

Jaar 1e
legsels
2e
legsels
(geschat)
Aantal jongen
(geschat)
1994/96000
1997208-10
199818060-70
19995043325-350
20009774600-650
20016437350-400
2002000
20033020170-200
20045634300-350
20055731300-350
200653(75)129250-270
20075949350-400
2008328140-160
200946(57)215200-240
20104820210-250
20115029240-260


(1) In 2006 werden ook nog twee (eenmalige) kolonies ontdekt in zandhopen in de nieuwbouwwijk Saendelft en op het in aanbouw zijnde industrieterrein Kolksloot bij Oostzaan. In totaal ging het daarbij om circa 22 extra eerste broedsels.

(2) In 2009 werden circa 11 nesten gevonden in grote zandhopen op het oude Bruynzeelterrein in Zaandam nabij het Schiethavenkanaal

Vliegende oeverzwaluw
Oeverzwaluw; ©Ed Staats

Het broedseizoen 2011 in vogelvlucht

Aan de hand van de wekelijkse telformulieren is het broedseizoen prima te volgen. Daarbij houden we rekening met een broedtijd van 12-16 dagen en een voertijd van 16-22 dagen. In totaal duurt de broedduur van eileg tot aan het uitvliegen, tussen de 28 en 38 dagen.

  • Aankomst: de eerste oeverzwaluw werd op 27 maart bij de wand waargenomen, op 3 april waren er al 17 aanwezig.
  • April en begin mei: in deze periode werden er wel vele gaten gegraven, maar was er nog geen enkele sprake van broedactiviteiten. Op 4 mei meldde Henk Harrewijne dat hij 'er nog geen chocolade van maken kon'. De vogels vlogen nog in groepen rond, waren af en toe aan het graven (soms wel met drie tot vier bij één gang) en waren soms twintig minuten weg om boven de plas te foerageren. Af en toe rustte een vogel bij een ingang en vloog later weer weg.
  • Op 12 mei bleek er bij circa 35 gaten wel duidelijk sprake van broedactiviteiten. Er leken meer dan 60 gaten te zijn gegraven, waarbij een aantal niet leek te zijn 'afgebouwd'. Dus in de periode tussen 7/8 en 20/25 mei werd er volop gebroed.
  • Op 25 mei constateerde Dick Prins dat er bij circa 15 gaten voeractiviteiten waren. Er zaten nog geen jonge vogels vooraan bij de nestingang. De oude vogels gingen diep de gang in om te voeren.
  • Vanaf 31 mei (mededeling Emmy de Vries en Jan Belier) tot de derde week van juni werd er volop gevoerd, op 8 juni bij meer dan 40 gaten (Ton Kruijver).
  • Op 15 juni werden door Ed Staats voor het eerst ook jonge vogels vooraan bij de nestingang gezien. Bij 15 gaten werden telkens tussen de drie en vijf jongen waargenomen.
  • Op 24 juni werd er nog maar bij acht gangen jongen vooraan gezien. Er bleken dus ook vele jonge vogels uitgevlogen te zijn, gezien de vogels die 'doelloos' leken rond te vliegen voor de wand. Op 29 juni waren er dan ook steeds minder vogels nog aan het voeren en bleken er ook minder vogels (vaak tussen één en drie) nog aanwezig bij de nestingang. Kennelijk waren de sterkste jongen van dat nest al uitgevlogen.
  • Op 7 juli constateerde Tom Swart nog een paar voeractiviteiten waarbij het per nest om één of twee jongen ging. Ook zag hij bij vier tot vijf gangen al weer broedactiviteiten voor het tweede legsel. Deze periode markeert duidelijk het 'omslagpunt' van de eerste naar de tweede broedsels.
  • Op 12 en 21 juli waren er broedactiviteiten bij 20 tot 25 gangen te zien. Het was op 21 juli erg rustig bij en voor de wand, zoals Emmy de Vries en Jan Belier op het formulier vermeldden.
  • Op 27 juli bleek er weer volop gevoerd te worden, naar schatting bij 23 tot 25 gangen. Er waren echter nog geen jonge vogels aan de voorzijde te bekennen.
  • Op 3 augustus zagen Arie Klut en Ed Staats bij 28 gaten duidelijke voeractiviteiten en maar bij twee nestgangen (D2en G6) al weer jonge vogels vooraan. Het ging om slechts twee jongen per nest, hetgeen overeenkomt met het aantal jongen van het tweede broedsel.
  • Op 10 augustus (Rob Koeman) waren er nog bij 18 gangen voeractiviteiten. Bij acht gaten zaten jonge vogels vooraan (van één – drie exx.). Er bleken dus al weer vogels uitgevlogen te zijn. De indruk bestaat dat de jongen van het tweede broedsel niet meer 'doelloos' bij de wand blijven hangen, maar direct na het uitvliegen met hun ouders vertrekken. Wellicht komt dit door de 'tijdsdruk' zich in augustus aan te sluiten bij de grote groepen gemengde zwaluwen die zich gereed maken voor hun reis naar het overwinteringsgebied. Juist de jongen van het eerste broedsel blijven nog wel hangen, maar zij hebben dan ook tijd genoeg om in de nabijheid van de broedplaats te blijven.
  • Op 18 augustus bleek er nog bij exact zes gangen gevoerd te worden. Bij twee nesten waren resp. één en drie jongen vooraan te zien, bij de andere vier (C1, C2, D1 en l 1) werd (ver) in de gang gevoerd. Deze ouders kwamen wel met uitwerpselpakketjes naar buiten. Er vlogen telkens ook nog maar zes tot tien vogels al foeragerend en voerend in de rondte. Er waren geen andere vogels meer aanwezig. De verwachting was dat de laatsten der Mohikanen pas eind augustus zouden zijn vertrokken.
  • Werkgoeplid Ton Kruijver meldde mij per e-mail dat er op vrijdagmorgen 2 september bij nestgang C2 nog een paartje actief was met voeren. Er zaten jongen voor de ingang en de ouders vlogen af en aan om te voeren. Verder waren er geen oeverzwaluwen meer te bekennen. Dit bleek dus echt het laatste paartje van dit jaar te zijn.

Conclusie broedseizoen 2011

Na een aanvankelijk trage start - de vogels hebben meer dan een maand nodig gehad na hun aankomst om tot de eileg te komen - is het uiteindelijk toch een mooi broedseizoen geworden. Het aantal broedgevallen stemt tot tevredenheid. De stijgende lijn vanaf het 'magere' jaar 2008 is voortgezet. Natuurlijk hebben wij de wand liever helemaal vol, maar dat is in de afgelopen vijftien jaar dat de wand bezet is nog maar één keer (in 2000) voorgekomen.

Van de andere Zaanse broedwanden (in De Trickel in Wormer en op de Zaanse Golfbaan in de Wijde Wormer) zijn geen berichten ontvangen over broedende oeverzwaluwen. Ook niet van eventuele spontane vestiging van oeverzwaluwen in natuurlijke (tijdelijke) zandwanden.

Verstoring door bijvoorbeeld vossen zoals in 2010 is dit jaar niet gerapporteerd. Wellicht heeft de in maart aangebrachte afscherming aan weerszijden van de wand met ijzeren vlechtmatten geholpen of hebben er geen vossen meer op het eiland gebivakkeerd. Wel bleek er een muis gehuisvest in gat E9 aan de onderzijde, want Arie Klut en ik zagen tijdens onze telling op 3 augustus wel dertig keer binnen een uur een muis in en uit dat ronde gaatje wippen naar de grond en weer terug.

Dank

Uiteraard wil ik hierbij alle in dit verslag genoemde tellers en andere medewerkers van harte bedanken voor hun inzet dit jaar voor de 'Zaanse' oeverzwaluwen.